Liquidware Blog

Waarom traditionele applicatie-distributie niet meer werkt in hybride IT

Geschreven door Sander Noordijk | 20-mrt-2026 13:09:49

De meeste EUC-teams opereren inmiddels in een hybride realiteit. Applicaties – van legacy tot SaaS – moeten beschikbaar zijn op fysieke endpoints, VDI en cloud desktops.

Toch wordt applicatiebeheer vaak nog ingericht volgens een model uit een andere tijd: applicaties packagen, integreren in images en vervolgens via deployment tooling uitrollen. Dat werkte prima zolang werkplekomgevingen relatief homogeen waren, maar in hybride IT begint dat model echter steeds meer te knellen.

 

De kosten en risico’s van traditioneel applicatiebeheer

Een groot deel van de operationele druk binnen EUC-teams komt voort uit applicatiebeheer. Applicaties moeten worden gepackaged, getest en geïntegreerd in images. Updates van applicaties, Windows-versies en agents zorgen ervoor dat dit proces continu opnieuw moet worden doorlopen.

Hoe snel dat kan oplopen wordt duidelijk als je kijkt naar een applicatie zoals Firefox. Mozilla brengt ongeveer 13 major releases per jaar uit, aangevuld met 20 tot 30 minor releases. Zelfs organisaties die kiezen voor de Extended Support Release (ESR) krijgen nog steeds te maken met ongeveer 15 releases per jaar.

Wanneer elke update opnieuw packaging, testing en deployment vereist, kan één applicatie al meerdere werkdagen beheer per jaar kosten. Vermenigvuldig dat met tientallen of honderden applicaties in een enterprise-omgeving en het wordt duidelijk waar een groot deel van de operationele druk binnen EUC-teams vandaan komt.

Updaten is er echter geen optie maar een noodzaak: het grootste deel van de security incidenten ontstaat nog steeds via kwetsbaarheden in niet-geüpdatete applicaties. Tegelijkertijd brengt elke update ook nieuwe compatibiliteits- en stabiliteitsrisico’s met zich mee.

Het image-probleem

Een bekend bijeffect van deze aanpak is het ontstaan van steeds meer images om verschillende applicatiecombinaties te ondersteunen. Finance heeft zijn eigen set applicaties, engineering weer een andere, en voor contractors gelden weer andere eisen.

Het resultaat is een groeiend aantal images die allemaal onderhouden, getest en opnieuw uitgerold moeten worden zodra applicaties veranderen.

Kortom, in een hybride IT-omgeving, waarin applicaties op meerdere platformen moeten werken, wordt dat model steeds moeilijker vol te houden.

Een andere manier van applicaties leveren

Steeds meer organisaties stappen daarom af van het idee dat applicaties onderdeel moeten zijn van het OS-image. In plaats daarvan worden applicaties losgekoppeld van het onderliggende besturingssysteem. Een van de manieren waarop dit gebeurt is via application layering.

Bij application layering wordt een applicatie gepackaged in een afzonderlijke layer die dynamisch aan een gebruiker kan worden aangeboden. Die layer bevat alle bestanden, registry-instellingen en afhankelijkheden die nodig zijn om de applicatie te laten functioneren.

Het belangrijkste verschil met traditionele packaging is dat de applicatie loskomt van het OS-image en daarmee ook minder afhankelijk wordt van één specifiek platform.

Een applicatie hoeft daardoor niet opnieuw verpakt te worden voor elke image of infrastructuur.

Package once, deliver anywhere

Wanneer applicaties als layers beschikbaar zijn, ontstaat een veel flexibeler distributiemodel. Dezelfde applicatie kan worden gebruikt op verschillende soorten werkplekken: fysieke endpoints, VDI-omgevingen of cloud desktops zoals Azure Virtual Desktop en Windows365.

Ook de manier waarop applicaties aangeboden worden wordt flexibeler. Een applicatie kan bijvoorbeeld automatisch worden geladen wanneer een gebruiker inlogt of pas wanneer hij daadwerkelijk wordt gestart. In andere situaties kan een applicatie al bij het opstarten van een systeem worden toegevoegd.

Dit maakt het mogelijk om applicaties dynamischer te leveren, zonder ze permanent onderdeel te maken van het onderliggende systeem.

Minder complexiteit, meer vrijheid

Door applicaties los te koppelen van images ontstaat een model dat beter schaalbaar is voor moderne werkplekomgevingen. Images blijven schoon en eenvoudig, applicaties kunnen onafhankelijk worden geüpdatet en IT-teams hoeven minder varianten van hun omgeving te onderhouden.

Misschien nog belangrijker: organisaties behouden meer vrijheid in hun infrastructuurkeuzes. Omdat applicaties minder afhankelijk zijn van één specifiek platform, wordt het eenvoudiger om verschillende technologieën naast elkaar te gebruiken of in de toekomst te veranderen.

Hybrid IT vraagt uiteindelijk niet alleen om nieuwe technologie, maar vooral om een andere manier van denken over applicaties. Niet langer als statische componenten die in een image worden ingebakken, maar als flexibele services die dynamisch beschikbaar kunnen worden gemaakt.

Voor EUC-teams betekent dat minder complexiteit, minder risico en vooral meer controle over hoe applicaties worden geleverd.

👉 Meer weten?

Neem dan vrijblijvend contact op om te zien hoe FlexApp werkt en hoe het een toekomstbestendige applicatiebeheer strategie ondersteunt.